Veranderbaar

Al tientallen jaren zijn er discussies onder psychologen, hersenonderzoekers en filosofen over de ‘maakbaarheid’ of ‘veranderbaarheid’ van mensen. Uit hersenonderzoek blijkt alsmaar meer dat het karakter van personen vaststaat, en dat een individu zichzelf in essentie niet kan veranderen. Men wordt geboren met bepaalde talenten en voorkeuren, alsook met vele gebreken. Vanuit dat perspectief staat ook vast wat een individu met zijn leven zou kunnen doen en hoe het individu reageert op de omgeving met de bijbehorende omstandigheden.

Hetgeen waar psychologen bij voorkeur in geloven, is dat mensen veranderbaar zijn. Want, zouden mensen niet veranderbaar zijn, dan heeft de functie van psychologen weinig nut, veronderstellen zij. Psychologen noemen de hersenen plastisch en kneedbaar, en verkondigen dat men alles kan leren zolang men dit maar graag genoeg wilt. En diezelfde maaltijd wordt voorgeschoteld in commerciële zelfhulpboeken. Het geeft hoop op een beter leven, maar geen inzicht in de realiteit. Want, de denkpatronen van mensen zijn over miljoenen jaren door middel van evolutie ontwikkeld, en psychologen denken deze patronen met een sessie te kunnen doorbreken. Dit is niet reëel. Toch is er een taak voor de psycholoog. Want, ook al staat het karakter van een persoon met bepaalde talenten, voorkeuren en gebreken vast, in verschillende omstandigheden en verschillende omgevingen zal een karakter anders reageren. Andere omstandigheden kunnen gecreëerd worden door de kennis van personen blijvend te veranderen, door hen kennis aan te reiken. Verwarde individuen kunnen daarmee gered worden door psychologen.

Het vaste karakter van mensen maakt dat zij reageren op de omgeving op een unieke, eigen vaststaande wijze, mede afhankelijk van de kennis die zij al opgedaan hebben. Wordt iemand snel agressief en komt diegene daardoor vaak in de problemen, dan kan de psycholoog uitleggen dat de patiënt de situaties moet leren herkennen waarin deze de aanleg heeft om agressie te uiten, om daarop te kunnen anticiperen door vroegtijdig een stap terug te nemen en zo de situatie te ontlopen. Daarmee kunnen agressieve aanvallen enigszins in toom gehouden worden, doordat de patiënt zich bewust is van zijn aanleg. Het is de taak van psychologen om patiënten te leren omgaan met hun karakter (in dit geval omgaan met aangeboren agressie), alsook het leren omgaan met aangeboren talenten, voorkeuren en gebreken. Dit verandert echter niet het karakter van de patiënt, maar het kan wel zijn gedrag veranderen, indien de patiënt hier mentaal toe in staat is.

Heeft de psycholoog te maken met een patiënt die aanleg heeft voor depressies, dan kan de psycholoog deze helpen door de patiënt te vertellen dat een opkomende depressie een waarschuwing van de hersenen en het lichaam aan de patiënt is. In andere woorden, de patiënt moet rustiger en minder intensief gaan leven. Verder moet de patiënt gezonder leven door wandelingen in de buitenlucht te maken, door gezonder te eten, door op tijd naar bed te gaan en door op deze wijze regelmaat in het leven te krijgen. De patiënt moet leven in zijn persoonlijke tempo en zich niets aantrekken van de mening van anderen. Dit is evenals het vorige voorbeeld een aanpassing van de leefomstandigheden, waarin de psycholoog de taak heeft om de patiënt te begeleiden. De mate waarin de patiënt het huidige leefschema moet aanpassen is afhankelijk van de individuele aanleg op depressie en de huidige omstandigheden. De benodigde levensstijl verschilt per persoon, per karakter.

Heeft de psycholoog te maken met een patiënt die niet weet welk soort carrière gekozen moet worden, dan is de psycholoog er om samen met de patiënt te zoeken naar diens talenten en voorkeuren. Zoeken naar datgene waar de patiënt van nature aanleg voor heeft, zoeken naar datgene waar de patiënt zich toe aangetrokken voelt en zoeken naar de werkomgeving waarin de patiënt zich thuis voelt.

Gezien de bovenstaande voorbeelden is het de functie van psychologen om het leven van patiënten in goede banen te leiden, door rekening te houden met het karakter, de talenten, de voorkeuren, de gebreken, de omgeving en de huidige leefomstandigheden van de patiënt. Vaak negeren mensen hun voorkeuren, omdat de maatschappij voorkeuren voorschotelt die niet passen bij het individu. In zo’n geval kan een mens ‘ontsporen’. En hier moet de psycholoog bijsturen. Aan de omgeving en leefomstandigheden kan de patiënt vervolgens veranderingen aanbrengen, op aanraden van de psycholoog, of zelfs met behulp van de psycholoog indien de patiënt niet in staat is om de veranderingen zelfstandig door te voeren.

Het feit blijft dat de psycholoog van een man geen vrouw kan maken, van een introvert geen extravert en van een agressieve man zonder manieren geen pure gentlemen. Uiteraard kan een individu zichzelf forceren en zich anders voordoen, maar het is juist dit onnatuurlijke idee van maakbaarheid waarvan mensen in de war raken en waarvan mensen depressief worden. Burn-outs en depressies komen juist voort vanuit de druk die de samenleving op mensen legt om hun vaststaande karakter te veranderen, om zo aan de ultieme standaarden te kunnen voldoen.

Daarom wordt aangeraden om mensen niet te zien als kneedbaar materiaal, maar als losse individuen met elk een eigen handleiding die nog geschreven moet worden. Het is aan de psycholoog om te onderzoeken wat er in deze handleiding komt te staan, opdat de patiënt na het schrijven ervan in alle rust zijn persoonlijke handleiding kan naleven.  Dit is van belang om stress, burn-outs en depressies te voorkomen. Ook doen psychologen er verstandig aan om de kennis van neurologen te accepteren, om hier een voordeel mee te doen. Naar psychologen zal altijd vraag blijven voor mensen die niet weten hoe ze met zichzelf moeten leven.

Filoso.nl – copyright ©